De brandgang (2)
Na bijna een half jaar kreeg ik in oktober een brief, waarin stond dat ik de stenen terug zou krijgen als ik mijn plannen zou hervatten. Zonde van die verloren zomer dat het er al mooi bij had kunnen staan. Waarom de stenen niet gewoon meteen teruggebracht konden worden i.p.v. te wachten tot in oktober en mij dan pas toezeggen dat ik ze terug zou krijgen "als ik mijn werkzaamheden zou hervatten" is mij een raadsel. In de winter kun je niet veel met een tuin. Maar we kunnen uit deze brief wel concluderen dat ik dus naar eigen inzicht iets mag doen met dat stukje grond, zoals meerdere buren ook hebben gedaan met hun schuttingen en op die manier hun achtertuin hebben vergroot.
In februari jl. kwamen er een woonconsulent en een bouwkundige over de vloer om het weer eens over mankementen aan dit huis te hebben. Over de stenen is niet gesproken. Ik vond het ook niet nodig dit te sprake te brengen, want de brief, zwart op wit, lag er tenslotte al maanden. De zaak was duidelijk en afgedaan, dacht ik. Even laten weten wanneer ik verder ga en ze brengen de stenen terug.
Maar natuurlijk gaat dat niet zo hier. Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?
Ik nam contact op, met de lente in aantocht, dat ik graag de stenen terug wilde hebben omdat ik verder wilde gaan met mijn plannen. Echter moest er weer moeilijk gedaan worden; eerst zou ik een gesprek moeten hebben met een consulent in mijn huis om deze kwestie kennelijk voor de honderdduizenste keer te bespreken. Totale onzin en ik wees ze op hun eigen gestuurde brief van 18 oktober (in de mails , zie foto's , heb ik het over november - mijn fout - de brief was uit oktober). Op dat argument werd niet ingegaan. Het werd genegeerd. Brabantse tactiek noem ik dat inmiddels. Als de feiten onder hun neus worden gehouden, doen ze alsof ze niks horen en niks zien. Een fenomeen wat ik hier in elke situatie tegenkom. Er volgde een mailwisseling waarin ook weer bewust onduidelijkheid geschapen werd over de datum wanneer deze afspraak dan zou plaatsvinden. In de tussentijd willen ze de indruk wekken dat ze heel schappelijk en meewerkend zijn. De 18 oktober-brief werd finaal genegeerd. En ik was deze spelletjes beu. Ik doe niet meer mee. Ik doe wat ik zelf wil, en dat is in elk geval niet meedoen aan dit manipulatieve gedrag. En wat ik ook doe: ik sta in mijn recht na hun brief en de mailwisseling. Ze kunnen het heen-en-weer krijgen. Oh wacht, dat hebben ze al.











Comments
Post a Comment